dinsdag 11 augustus 2009

hoe ga ik wél hardlopen?

Ik heb een beetje een haat-liefde-verhouding met hardlopen en bovendien is de relatie een langdurige knipperlichtrelatie. Ergens op mijn zestiende ben ik met lopen begonnen. Ik had niemand in mijn omgeving die hardliep, dus ik moest het op zelfdiscipline doen. En eerlijk gezegd ben ik wat onderbedeeld wat betreft talent voor zelfdiscipline. Gelukkig ben ik overbedeeld met talent voor enthousiasme, dus zolang het lopen leuk was (lees: niet te warm, niet te koud en niet te nat buiten) ging het goed. Dat duurde over het algemeen niet langer dan een week of drie, vier, maar er was altijd wel weer ergens, een hele tijd later, iemand of iets dat het enthousiasme weer aanwakkerde voor een paar weken. Het knipperlicht stond dus vaker uit dan aan.

hardloopschoenenSinds drie jaar loop ik echter 'regelmatig' hard. Maar een knipperlicht blijft het. Ik vind het heerlijk wanneer ik eenmaal bezig ben, ik vind het nog fijner wanneer ik merk dat ik beter (langer, of sneller) ga lopen doordat ik al een paar weken volhoud, maar op de een of ander manier stopt het altijd ergens weer, meestal na maximaal drie weken.

Al twee jaar heb ik me in december voorgenomen om in het voorjaar mee te doen met de plaatselijke 10 km-trimloop, maar al twee jaar moest ik ergens in februari toegeven dat het met mijn voorbereiding niet helemaal liep zoals het zou moeten en werd het toch de 5 km, want dat kan ik net uitlopen als ik niets, of maar een paar weken wat heb gedaan.

Het heeft alles te maken met de drempel. Letterlijk. Want zodra ik de drempel van mijn huis over ben, heb ik zin en voel ik me fijn dat ik weer loop. Maar de negen meter tussen hardloopkleren en drempel, die zijn eindeloos.

Sinds oktober 2007 houd ik een hardlooplogboek bij en dat was een heel goede ingeving. Langzamerhand krijg ik inzicht in de mechanismen die mij 'drijven', of beter gezegd, niet drijven. En langzamerhand gaat het beter met mijn knipperlicht. Die 10 kilometer is er ook dit jaar dus niet van gekomen, maar ik ben wel koppig in februari wéér begonnen met twee keer in de week lopen. Het knipperlicht is ook in deze reeks nog niet langer dan drie weken aan geweest en heeft zelfs in april en mei toch weer ruim acht weken uitgestaan (de rest van de tijd maximaal twee weken), maar ik heb toch het gevoel dat ik het al een halfjaar aan het volhouden ben. In mijn hoofd ben ik nu vastbesloten om die tien kilometer in maart eindelijk te gaan doen, maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat mijn hoofd wel van alles kan besluiten, maar dat het iets anders is dat de gang er in moet houden.

Hoe kom ik over de drempel? Mijn zoektocht naar 'externe zelfdiscipline' leverde tot nu toe het volgende op:

1) ik houd een logboek bij.

Dit schreef ik hierboven al en was voor mij echt de eerste stap naar regelmaat. In het logboek noteer ik de datum en hoe lang, hoe veel en hoe snel ik liep en daarnaast eventueel bijzonderheden: weersomstandigheden, redenen waarom ik afgelopen tijd niet liep, ziek/zwak/misselijk, ging het makkelijk of moeilijk, etc. Heel fijn om op die manier patronen te ontdekken en ook te zien hoe ik ze soms spontaan doorbreek. Vooral dat laatste is leuk, enerzijds stimuleert het mij (hee, ik kán dus wél langer dan drie weken volhouden) en anderzijds probeer ik uit te vinden welke omstandigheden blijkbaar stimulerend werken en of ik die ook zelf kan creëren. Wat ik ook heel stimulerend vind, is dat je met een logboek heel goed kunt zien of je progressie boekt of niet en progressie boeken helpt mij erg goed om door te zetten.

2) ik heb mezelf een lange termijndoel gesteld (tien kilometer lopen).

Dit lange-termijndoel had ik dus al een tijdje en het was in mijn geval niet het instantmiddel tot regelmaat. Dat komt misschien ook doordat deze twee maatregelen eigenlijk de makkelijkste zijn, want dit is allebei hardlopen-in-je-hoofd. Ik kom er nog niet mee over de drempel :-) De volgende maatregelen hebben allemaal te maken met zorgen voor externe stimulansen, want zoals gezegd, van een schop onder mijn eigen kont moet ik het niet hebben.

3) Ik heb een schema van het internet gehaald.

Dit bleek een gouden tip in mijn geval. Het schema heet 'tien kilometer uitlopen'. Doordat ik dit schema heb, heb ik het lange-termijndoel in korte tussendoelen verdeeld, waarbij progressie heel makkelijk te merken is en zoals gezegd, progressie stimuleert mij enorm. Ik merk ook dat het schema me in de pas houdt wanneer ik een tijdje niets gedaan heb. Wanneer ik een tijdje niet gelopen heb, wordt de drempel weer hoger ( de "Ach, het is niet zulk lekker weer vandaag/ik ben een beetje moe/mijn spieren kunnen wel wat rust gebruiken van de heftige klimavond gisteren, ik ga morgen wel lopen"-drempel). Maar doordat ik 'in' het schema zit, houdt ik die drempel lager. Ik kan dan niet echt verder met het schema, maar doordat ik gewoon de laatste week herhaal, of een weekje terugstap, heb ik niet het gevoel dat ik weer helemaal opnieuw moet beginnen.

4) wanneer ik me heb voorgenomen die (mid)dag te gaan lopen, trek ik mijn hardloopkleren alvast aan.

Dit doe ik meteen als ik thuiskom, of in het weekend meteen 's morgens, in plaats van de gewone kleding. Het is ideaal: ik hoef de drempel nog niet echt over, maar ik laat wel aan mezelf weten dat het me menens is.

5) ik stel de (eventueel globale) tijd vast.

Dit doe ik tegelijkertijd met het aantrekken van de hardloopkleren. Ik hoef nog steeds niet de drempel over, maar ik heb wel weer een externe factor ingesteld die mij een duwtje gaat geven.

Nu wordt het spannend, want hoe zorg ik dat ik ook echt weg ga wanneer het tijd is geworden? Wanneer ik gewoon thuis ben en blijf, is dat het lastigste, want er is altijd ook nog wel iets anders dat ik kan gaan doen. Dit werkt voor mij heel goed: een half uur voor de vastgestelde tijd drink ik drie koppen thee (of iets anders). Dit levert hydratatie op én ik bouw weer een externe stimulus in, want: ik moet onherroepelijk naar de wc na een half uur en als ik naar de wc ben geweest, ga ik meteen weg. En hee, dat was de tijd die ik vastgesteld had! De hardloopkleren heb ik al aan, dus ik kan echt meteen gaan.

Soms lukt de thee-truuk niet, omdat ik het hardlopen die dag precies tussen twee activiteiten in kan plannen en de thee daar niet meer tussen past. De twee activiteiten zijn dan vanzelf de externe stimulus (nu of nooit) en ik loop dan meteen als ik thuis kom, zodat ik daarna weer weg kan.

Het is zomer, hardlopen is makkelijk (hoewel ik het ook al snel te warm vind om te lopen...), maar zouden deze maatregelen me ook door november, december en januari heen helpen? Ik ben benieuwd!

maandag 10 augustus 2009

6a voorklimmen

We schrijven ruim drie maanden geleden, 1 mei 2009. Het is een warme dag in het klimgebied Ubrieux en vanwege de Franse nationale feestdag ook nog eens enorm druk. Mijn doel voor de klimweek hier, tenminste twee zessen voorklimmen, had ik al in de eerste vier dagen gehaald, zie hier en hier. In de tussenliggende dagen heb ik ook nog eens twee 5c's voorgeklommen en het klimmen voelt goed. Deze laatste dag heb ik mijn zinnen gezet op het klimmen van een 6a zonder blok en de route die ik heb uitgekozen is een plaatroute in een hoekversnijding.

overzichtsfoto klimgebied UbrieuxIk ben ingeklommen en ik wil het ontzettend graag proberen, maar toch sta ik te twijfelen en voel ik zenuwen opkomen. Op mijn eigen niveau voorklimmen, ik vind het maar eng. Ik weet dat ik niet iedere 6a zomaar kan klimmen en stel je nu voor dat ik in deze route een moeilijke pas tegenkom en dat ik die niet kan en dat ik moet loslaten? En dat ik dan verkeerd terecht kom en een nare blessure oploop? Stel je voor?

Het oorspronkelijke plan was om eerst nog de route ernaast te doen, om het inklimmen helemaal af te maken, maar R. en W. waren niet echt enthousiast over die route, om het zacht uit te drukken, en het laatste waar ik zin in heb als voorbereiding op de zes, is een 5b waarin ik in de problemen kom. Dus nu sta ik onderaan de zes. Twijfel, twijfel, maar eigenlijk weet ik het wel. Er is maar één manier om deze route te doen en dat is 'm gewoon doen.

"Als je nu in de route stapt, klim je nog in de schaduw." Ik kijk nog eens omhoog en zie links van mijn route de langzaam opschuivende rand die de scheiding is tussen het brandende zonlicht en de schaduw. P. geeft mij met deze opmerking het laatste duwtje in de goede richting en een prettig soort opgewonden spanning maakt zich van me meester terwijl ik me inbind. Geen bloks, doorklimmen tot het niet meer gaat, tot, eeh, tot ik er uit val... Of tot ik boven ben, natuurlijk.

Het eerste stuk gaat makkelijk, maar net na het inklippen van de tweede haak komt de eerste 6a-pas. Echt plaatwerk, een hoge pas op een klein, kom-achtig ribbeltje en voor de handen een of ander richeltje waar net twee vingers tegenaan kunnen leunen. Ik durf niet. Ik zie dat het wel zal gaan voor de voet, maar ik durf mijn gewicht er niet op over te zetten en uit te duwen. Vijf keer proberen, toch die hand ergens anders, nog twee keer proberen, misschien over rechts dan? Nee, dat werkt helemaal niet. Hup die voet in dat fijne kommetje, maar ik dúrf niet! P. heeft het touw al twee keer zo strak getrokken dat ik nauwelijks meer van een on-sight kan spreken, hoewel ik zonder touwsteun ook prima sta op de plaat.

Wat is dat toch met die tweede, derde haak? In werkelijk iedere moeilijke route deze week zat het moeilijke punt op vier meter boven de grond. Dat was waar de bloks gevraagd werden, dat was waar ik de zenuwen niet meer de baas bleef en dat was níet waar de moeilijkste passen zaten.

Ik moet plotseling denken aan gisteren, toen ik met A. klom en we het over plaatklimmen hadden. A. is een heel goede plaatklimmer en ik hoor het hem weer zeggen: "Wat heel vaak goed kan op plaatroutes, is afduwen met je handen, waardoor het ineens veel makkelijker wordt." Afduwen! Mijn linkerhand zoekt en vindt het meest prachtige afduwplekje, op precies de goede plek naast mijn linkervoet, die op dat mooie ribbeltje staat. Voor het evenwicht gaan de vingers van de rechterhand op het slechte richeltje boven me en met een soepele beweging sta ik zomaar 40 centimeter hoger! En nu begin ik er plezier in te krijgen. Ik klik de derde haak in, de vierde. De route gaat nu de hoekversnijding in, pfft, even rust van dat griezelige plaatklimmen. Een paar mooie passen, beetje kracht, beetje techniek, en ik vind rust bovenop een blokje, net rechts van de route. Het hoort natuurlijk niet helemaal, maar ik vind dat het mag. Even uitpuffen. Even moed verzamelen voor de plaat, die nu weer gaat komen.

Het laatste stuk van de route is het lastigste. Veel lastiger dan die pas waar ik beneden zo lang over deed. Maar het is alsof de knop nu om is, alsof het me ineens niet meer kan schelen of mijn voet blijft staan of niet. En natuurlijk blijft de voet staan, met zoveel zelfvertrouwen kan dat ook bijna niet anders. Ik klik de tophaak in, trots, blij, opgelucht. Niet helemaal clean, maar een meer dan goede poging. Ik ben echt over de 6a-drempel heen! Althans, in Frankrijk... Voor een 6a in Freyr moet ik nog wel even een paar keer achter mijn oren krabben, denk ik.

woensdag 15 juli 2009

klimhal

"Ik kán niet meer, laat maar zakken!" Even later lig ik gestrekt op de turnmat uit te hijgen van de inspanning. Ik was vanavond naar de hal gekomen met de bedoeling een 6b in te gaan. Na de warming up, die eigenlijk al een beetje aan de zware kant was, koos ik een 6b+, die lekker technisch was volgens R. en die zich regelmatig in de hoekversnijding bewoog, wat ik een prettig vooruitzicht vond.

De eerste pas bleek al meteen zo lastig, dat ik die na zes pogingen maar heb laten zitten. Dat mocht de pret niet drukken, een extra treetje van een andere kleur bracht uitkomst en ik werkte me vervolgens manmoedig door de eerste vier, vijf meter van de route heen. Het fijne van zo'n hoekversnijding is, dat je regelmatig een rustpunt kunt vinden en dat was best nodig, want de ene zware pas wisselde de andere af. Maar even later moest ik toch echt mijn meerdere erkennen in de route. Ik vloog een keer of vijf de wand uit, met een mooie zwieper naar rechts. Mijn linkerhand gleed steeds van de greep en het lukte me niet om een andere oplossing te vinden.

Ik besloot de route voor deze avond maar te laten voor wat het was en verder te gaan in een 6a in hetzelfde touw, maar helaas; ik had mezelf echt helemaal leeg geklommen en de 6a voelde nu zo mogelijk nog zwaarder dan de 6b! Ik klom door tot ik echt niet verder kon en liet me zakken.

De afgelopen drie, vier weken heb ik nauwelijks meer routes geklommen. Ik heb sowieso weinig geklommen en áls ik in de hal was, dook ik het boulderhok in. Ik vergat in de eerste lastigere route van de avond dan ook helemaal om door te ademen tijdens het klimmen, en om rust te nemen tussendoor. En een 6b met een plusje was dus een tandje te hoog gegrepen. Of toch niet? Ik praatte even na met R. en we kwamen te spreken over het verschil in klimmen van een moeilijke route tijdens de training van afgelopen voorjaar en het klimmen van een moeilijke route nu.

Tijdens de training klom ik een voorgeschreven 6b+ en dacht verder niet echt over de route na. Het ging om de bewegingen, het ging er om om moe te worden, om spieren in te zetten die je in een 5c niet zo nodig hebt. Het ging er niet om wáár ik er uit kwam zetten, het ging er niet om hoe hoog ik kwam, het ging om 20 bewegingen. Of om doorklimmen tot je valt en of dat nu na 3 of na 12 bewegingen was, maakte niet uit. Maar nu, nu ik weer 'gewoon' aan het klimmen ben, gaat het ineens om de route, om het bovenkomen, om het 'afstrepen' van weer een top. 6b+ begonnen, maar niet gehaald. Mislukt. Terwijl ik heel lekker bezig was in zowel de 6b+ als in de 6a daarna. Helemaal moegeklommen en maar een kwart van de route gedaan, maar wel fijn geklommen en leuke bewegingen gemaakt en geprobeerd.

Dus volgende keer gewoon weer die 6b ingaan, knop omzetten en lekker klimmen tot zover als het gaat. Het was namelijk inderdaad een erg leuke, lekker technische route. In ieder geval het stuk dat ik al voor mekaar heb gekregen.

zondag 12 juli 2009

beter boulderen

"Nou, van die gradering klopt niets. Veel te makkelijk voor een vijf."

Een week of vier geleden klom ik een leuke boulder uit de bouldercompetitie en ik kwam in mijn eerste poging bij de topgreep. Mooie vier, dacht ik, misschien een plusje vanwege het lastige beginnetje. Maar toen ik hem ging afstrepen op mijn wedstrijdlijst, bleek dat ik zojuist een vijf geklommen had. Leuk voor de punten natuurlijk, maar wel een koopje, naar mijn idee.

Vandaag eindigde de bouldercompetitie en afgelopen vrijdag streepte ik mijn vierde vijf af (ik heb er zelfs eentje met een plusje). Bovendien had het niet veel gescheeld of ik had er nog twee bij gehad, die lukten nét niet. Misschien moet ik het nu toch maar gaan geloven: ik ben gewoon beter gaan boulderen :-)

maandag 6 juli 2009

blok 3 bijna

Goed nieuws op de website van BLOK: nr. 3 ligt bij de drukker! Bij het nieuwsbericht prijkt een foto van de voor mij dichtstbijzijnde klimberg en dat blijkt niet voor niets: bij de nieuwe BLOK krijgen de abonnees een topo van alle reliëfroutes op Monte Cervino cadeau. Dat spreekt mij wel aan. Mijn lievelingsroutes op de buitenberg in Bergschenhoek zijn routes waar geen plastic aan te pas komt. Ik geef onmiddelijk toe dat ik nog maar twee van die routes goed ken, omdat ze (inmiddels ruim) binnen mijn niveau liggen, maar wie weet. Met het topoboekje in de hand krijg ik misschien wel enorm veel zin om binnenkort een wat lastiger route aan te pakken.

Hier is de link waarmee je je kunt abonneren, voor als je ook dat boekje wilt hebben. Of gewoon een goed bl.ad o.ver k.limmen.